AmsterdamOnder het motto “betere gendergelijkheid begint bij jezelf” riep ik gisteren het college van Amsterdam op om haar eigen beleid te toetsen op onbedoelde en onbewuste negatieve effecten op de ongelijkheid tussen vrouwen, mannen en non-binaire personen. Dat kan bijvoorbeeld door een genderscan uit te voeren, en te beginnen met gender budgeting – gendersensitief begroten. Lees hieronder mijn bijdrage.

GroenLinks Amsterdam vindt het belangrijk elke Amsterdammer kan genieten van de stad, van sport, dat iedere Amsterdammer zich optimaal kan ontwikkelen.

Ongeacht welke gender je hebt.


In 2015 stelde de Verenigde Naties 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen vast voor 2030. 
Vrijwel alle landen hebben deze landen onderschreven. SDG nr. 5 luidt: “in 2030 moeten ‘vrouwen evenveel kansen krijgen als mannen, om mee te beslissen binnen de politiek, de economie en het openbare leven. ‘”

Maandag verscheen de eerste voortgangsrapportage van dit doel. Wat blijkt: in dit tempo gaan we dat doel niet halen.
Ook Nederland niet.
Deze monitor kijkt niet naar steden, maar we weten dat ook in Amsterdam nog veel te verbeteren valt aan de kansen voor vrouwen. Niet voor niets heeft dit college gelijke kansen voor alle Amsterdammers topprioriteit gemaakt.

In dit eerste jaar heeft dit college al meerdere initiatieven hiervoor in gang gezet, en daar is GroenLinks erg blij mee en trots op
We doen veel. Maar kijken we ook naar onze eigen blinde vlekken?
Weten we hoe ons beleid ongelijkheid onbedoeld en onbewust in stand houdt, om misschien zelfs wel vergroot?

Daar ben ik wel benieuwd naar.

Genderneutraal beleid leidt in de uitwerking vaak tot ongelijke uitkomsten, zegt Atria, het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis. Dus is het belangrijk dat we bij het opstellen van beleid en van de begroting de potentiële effecten in beeld hebt.

We dienen daarom twee moties in. Een motie om te gaan oefenen met gender budgeting één om een genderscan te doen op het beleid rond sportdeelname, sportstimulering en sportdeelname.

Twee voorbeelden waarom dit belangrijk is.

Recentelijk nam deze Raad het initiatiefvoorstel “Baas in eigen Blaas” met algemene stemmen aan. Amsterdam heeft momenteel 70 vrij toegankelijke toiletgelegenheden voor mannen – de plaskrullen.
Voor vrouwen zijn er drie.
Het voorstel trekt dit recht. En repareert daarmee beleid nooit bewust een ongelijkheid tussen mannen en vrouwen heeft willen creëren, maar dat in de uitvoering wel heeft gedaan.

Het tweede voorbeeld komt uit het jaarverslag van het Jeugdfonds Sport 2018De gemeente heeft in samenwerking met dit fonds een regeling opgezet waarbij kinderen in armoede toch kunnen sporten en bewegen. We willen dat ieder kind de kans krijgt te sporten, ook als hun ouders daar geen geld voor hebben. En we investeren daar flink in: in de begroting van 2019 hebben we hier 1,6 miljoen euro voor uitgetrokken.

In 2018 kwamen 38 % van de aanvragen van meiden, tegenover 62 % van jongens. Willen we dat meer jongens dan meiden gaan sporten? Volgens mij niet.
Zijn meiden minder geïnteresseerd in sporten dan jongens? Ook dat niet.
Ze sporten wel anders. En de vraag is of we daar in ons beleid goed zicht op hebben en rekening mee houden.

Het kabinet stelde twee maanden geleden het Integraal Afwegingskader “Effecten op Gender gelijkheid” vast. Elke nieuwe wet of beleidsstuk zal hier voortaan aan worden getoetst. Laten we in Amsterdam ook aan de slag gaan met gendersensitief beleid maken en begroten. Een genderscan op bestaand beleid om te analyseren waar onze blinde vlekken liggen. En een pilot met gender budgeting, om te oefenen met gender sensitief begroten.